AZWA doorbraakmiddelen

AZWA-doorbraakmiddelen: een modelplan maakt de aanvraag eenvoudiger, maar niet de verandering

Met de ondertekening van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is een volgende stap gezet om zorg en ondersteuning in Nederland toegankelijk te houden. De ambities zijn groot. De groeiende zorgvraag moet worden opgevangen met een arbeidsmarkt die nauwelijks kan meegroeien, zorg en welzijn moeten beter met elkaar worden verbonden en digitale en hybride zorg moeten veel nadrukkelijker bijdragen aan arbeidsbesparing en passende zorg.

Een akkoord alleen verandert de praktijk echter nog niet. Daarvoor moeten landelijke ambities worden vertaald naar concrete mogelijkheden voor organisaties en regio’s. Juist daarin is deze zomer veel gebeurd. In juli zijn aanvullende handreikingen gepubliceerd, gevolgd door de SPUK-regelingen voor AZWA en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en een vernieuwde aanpak voor het terugdringen van regeldruk. Op 4 augustus zijn vervolgens de modelplannen voor de AZWA-doorbraakmiddelen vastgesteld.

Daarmee wordt het AZWA eindelijk concreet.

Van experimenteren naar opschalen

De filosofie achter de doorbraakmiddelen spreekt mij aan. Het uitgangspunt is niet om opnieuw overal nieuwe pilots te starten. De middelen zijn juist bedoeld om toepassingen waarvan inmiddels voldoende bekend is over de werking, versneld op te schalen. De eenmalige investering moet in 2027, 2028 en 2029 leiden tot structurele effecten op arbeidsproductiviteit en het verminderen van de zorgvraag. Daarna moet de verandering onderdeel zijn geworden van de reguliere bedrijfsvoering.

Er zijn inmiddels modelplannen voor onder meer spraakgestuurd rapporteren, tele- en thuismonitoring, capaciteitsplanning, digitale triage en het Mentaal Schakelpunt. Daarmee wordt organisaties veel voorwerk uit handen genomen. De beoogde verandering, businesscase, KPI’s en belangrijke onderdelen van de implementatie zijn al voorgedacht.

Maar wie de modelplannen daadwerkelijk bestudeert, ontdekt al snel een interessante paradox: het modelplan maakt de aanvraag eenvoudiger, maar de verandering zelf bepaald niet.

De complexiteit van de zorg wordt zichtbaar

De modelplannen illustreren eigenlijk prachtig waarom veranderen in de zorg zo ingewikkeld is. Neem spraakgestuurd rapporteren. Op het eerste gezicht lijkt dat vooral een technologische toepassing. In het modelplan gaat het echter over veel meer. Het bestaande werkproces moet opnieuw worden ingericht, professionals moeten anders leren werken, patiënten moeten worden geïnformeerd, AI-governance moet op orde zijn en koppelingen met EPD, ECD of HIS moeten worden gerealiseerd. Ook privacy, informatiebeveiliging, de AI-verordening, leveranciersafhankelijkheid, adoptie en structurele bekostiging spelen een rol.

Hetzelfde zien we bij tele- en thuismonitoring. De technologie is niet de transformatie. Het werkelijke vraagstuk is hoe een traditioneel zorgpad verandert in een hybride zorgpad. Wie beoordeelt de metingen? Wanneer is fysieke zorg nog nodig? Welke patiënten kunnen thuis worden gevolgd? Hoe wordt escalatie georganiseerd? En misschien nog belangrijker: welke bestaande zorg wordt daadwerkelijk afgebouwd? Het modelplan waarschuwt terecht dat het parallel laten bestaan van het oude en nieuwe zorgproces de werkdruk juist kan verhogen.

Bij capaciteitsplanning komt daar de kwaliteit en beschikbaarheid van data bij. Een algoritme kan immers uitstekend rekenen, maar als definities verschillen, registraties onvolledig zijn of gegevens niet beschikbaar zijn, ontstaat geen betrouwbare planning. Bovendien is een voorspelling alleen onvoldoende. De uitkomst moet leiden tot een concrete aanpassing van het werkproces.

Digitale triage maakt opnieuw hetzelfde principe zichtbaar. Alleen een digitale toepassing naast de telefoon zetten levert nauwelijks verandering op. Het vraagt om een fundamentele herinrichting van het toegangsproces, waarbij digitaal waar passend de primaire ingang wordt en telefonische toegang beschikbaar blijft voor patiënten voor wie digitaal niet passend is.

Begin niet bij het geld

Daarmee ontstaat naar mijn mening een belangrijk aandachtspunt voor organisaties die de komende maanden met de AZWA-doorbraakmiddelen aan de slag willen. De eerste vraag zou niet moeten zijn: “Voor welk modelplan kunnen wij geld aanvragen?”

Begin bij de eigen strategische opgave. Waar loopt de organisatie werkelijk tegenaan? Welke ontwikkeling is noodzakelijk om de zorg toegankelijk te houden? Waar wordt schaarse professionele capaciteit niet optimaal ingezet? Welke verandering is al onderdeel van de strategie, maar kan met tijdelijke middelen worden versneld? Pas daarna komt de vraag of een van de AZWA-modelplannen daarbij past.

Een huisartsenorganisatie moet digitale triage bijvoorbeeld niet invoeren omdat daarvoor middelen beschikbaar zijn. Zij kan digitale triage inzetten omdat zij de bereikbaarheid wil verbeteren, de telefoondruk wil verminderen en professionals anders wil inzetten. Een VVT-organisatie kiest niet voor spraakgestuurd rapporteren omdat AI interessant is, maar omdat administratieve werkzaamheden tijd wegnemen die professionals liever aan cliënten besteden.

Van modelplan naar veranderplan

Juist die vertaalslag vind ik interessant. Een goede AZWA-aanvraag verbindt drie werelden met elkaar: de strategische doelstellingen van een organisatie of regio, de daadwerkelijke verandering van zorg en ondersteuning en de doelstellingen en randvoorwaarden van het AZWA.

Dat vraagt om meer dan goed kunnen schrijven. Het vraagt om kennis van zorgprocessen, digitalisering, informatievoorziening, governance, businesscases, samenwerking en verandermanagement. En vooral om ervaring met de soms weerbarstige werkelijkheid waarin al deze onderwerpen bij elkaar komen.

Vanuit Proveran ondersteunen we organisaties bij die vertaalslag. Daarbij begint het gesprek niet bij het invullen van het modelplan, maar bij de vraag welke verandering werkelijk nodig is. Vervolgens kan worden bepaald hoe de AZWA-doorbraakmiddelen deze ontwikkeling kunnen versnellen en hoe de nieuwe werkwijze zodanig wordt ingericht dat zij ook na afloop van de tijdelijke financiering blijft bestaan.

De echte doorbraak

Want uiteindelijk is niet de succesvolle aanvraag de doorbraak. De echte doorbraak ontstaat wanneer de tijdelijke middelen niet meer nodig zijn, omdat de nieuwe manier van werken de normale manier van werken is geworden.

Terug naar overzicht